Medianostalgie
 

Duimzuigers zijn er altijd geweest 
door Hans Knot

 

Silvretta - Het was donderdag 22 januari 1970 dat de voormalige Nederlandse coaster Silvretta, omgedoopt tot MEBO II, de haven van Slikkerveer verliet richting Rotterdam, om daar uitgeklaard te worden voor vertrek naar internationale wateren. Het schip was voorbestemd om het nieuwste drijvende radiostation te huisvesten, dat onder de naam Radio Nordsea International de ether in zou gaan.

Er was een ankerpositie voor de kust van Nederland verkozen door de Zwitserse eigenaren Erwin Meister en Edwin Bollier. In de weken voorafgaand aan het vertrek was in de diverse kranten al het één en ander losgelaten over de plannen, waarop ook weer andere lieden – die dachten bemoeienissen te hebben – op de voorgrond traden.

Veronica - Vrijdag 23 januari 1970 meldden de kranten dat, als alles volgens plan van de Zwitserse eigenaars Erwin Meister en Edwin Bollier verliep, RNI de daarop volgende nacht voor de eerste maal in de ether zou komen. De kranten van de Gemeenschappelijke Persdienst meldden: ‘Het scheepje ligt dan voor de Nederlandse Noordzeekust, dicht in de buurt van een andere piraat, Radio Veronica. RNI zal gaan uitzenden in het Duits, Frans en Engels voorlopig op de 102 meter en de 942 meter.’

 
 

Dolfijn - Een paar dagen eerder had de eigenaar van een aantal drogisterijen in Rotterdam en omgeving aangegeven financieel betrokken te zijn in het nieuwe radioproject. Deze man, Jacques Soudan, had eerder gewerkt voor Radio Dolfijn – een andere zeezender, actief in delen van 1966 en 1967. Op de dag van het vertrek stonden Meister en Bollier uitgebreid de pers ter woord waarbij natuurlijk ook de nodige vragen konden worden verwacht betreffende de betrokkenheid van Jacques Soudan.

Het waren Erwin Meister en Edwin Bollier die kort en krachtig een einde maakten aan het fantasieverhaal. ‘Wij hebben niets met die meneer Soudan te maken. Wij zijn de enige eigenaren van het nieuwe zendschip MEBO II. Die Meneer Soudan is drogist en heeft geen enkele vorm van samenwerking dan ook met onze onderneming MEBO Ltd, dat gevestigd is in het Zwitserse Zürich.

   

Drogisterij - Laten we even terug gaan naar het artikel waarin Jacques Soudan, destijds 33jaar, het nodige van zich liet horen. Hij zei commercieel bij het project betrokken te zijn en ook iets met de programmering te maken te hebben. Jacques gaf een interview af aan een ochtendblad en daarna stonden de journalisten (radio en televisie incluis) te dringen op de stoep van zijn drogisterij in De la Reystraat in Rotterdam.’ Vrij eenvoudig namen sommige journalisten het verhaal als waar, noteerden de nodige uitspraken op hun notitieblokjes en verzonden naar hun redactie de nodige informatie als zijnde een waar verhaal.

   

Meister en Bollier - Maar op 23 januari 1970 verscheen in de kranten van de GPD het tegenstrijdige, maar wel ware, verhaal van de Zwitserse eigenaren: ‘Bollier en Meister, twee vriendelijk pratende Zwitsers, zeggen: “Meneer Soudan is alleen komen praten of hij niet als disc-jockey te werk kon worden gesteld voor het Nederlandse programma. Wij hebben van zijn medewerking afgezien. Hij heeft noch commercieel noch financieel iets met ons project te maken gehad." 

‘Bollier en Meister, met keurig zittende pakken en met hippe stropdassen om, stellen ook dat men niets met andere rijke Zwitsers te maken hebben als het gaat om de financiering van dit radioproject. “We hebben al enige jaren een eigen bedrijf in verschillende telecommunicatiematerialen en werken hoofdzakelijk in Afrikaanse landen. Wij financieren alles uit eigen middelen en administratief wordt alles vanuit Zwitserland geregeld."
 

Slikkerveer - Op de ochtend voor het vertrek uit Slikkerveer spraken beide Zwitsers in de kantine van de scheepswerf De Groot en Van Vliet hun verbazing uit over het verhaal van Soudan. Op de Slikkerveerse werf werd het schip ondertussen gereedgemaakt voor de proefvaart die  om tien uur begon.  Ze spraken de hoop uit in de middaguren met hun zendschip voor Scheveningen af te meren. En in de nachtelijke uren wilde men in volle zee en buiten de territoriale wateren de experimentele uitzending beginnen. Ondertussen had een journalist van de Gemeenschappelijke Persdienst ook nog wat woorden in Rotterdam verzameld van Jacques Soudan, die steeds in meervoud over ‘wij’ sprak.

 

Tot Warschau - “Wij gaan naar zee zonder enige programmering. Erg gek natuurlijk, maar het moet nog groeien. Het hele project is versneld door de publiciteit die er achter aan zat te jagen." Soudans verhaal zit echter vol hiaten. Hij is boos op Edwin Bollier en Erwin Meister, maar de twee Zwitsers zijn op hun beurt laaiend op de Rotterdamse drogist. Meister en Bollier verschaffen informatie over, laten wij maar aannemen, hun schip. Ze zeggen: “Er komen Oostenrijkse en Zwitserse diskjockeys op het schip. De MEBO 2, het zendschip, wordt begeleid door de MEBO 1, dat dan voor de bevoorrading zorgt. We kunnen overal heen. We hoeven met het zendschip niet voor anker. Voorlopig zijn we te beluisteren op de ultra korte golf, op 102 meter en op de korte golf op 942 meter (6210 khz). We hebben tussen zes uur ’s middags en twee uur 's nachts een bereik tot aan Warschau.”

 

Afrika - Natuurlijk was half luisterend Nederland ook nieuwsgierig of de Zwitsers met hun radiostation zichzelf zagen als een concurrent van Radio Veronica, dat op dat moment een absolute monopoliepositie op zee had. Men gaf aan zich op een veel grotere markt, ook wat betreft de werving van reclamespots, te richten.

En als RNI een succes zou worden, voorspelden ze dat ze een tweede radiostation zouden gaan opzetten met commercieel gerichte uitzendingen op Afrika. Opmerkelijk gegeven is dat toen RNI in september 1970 voor het eerst voor een langere periode uit de ether verdween men stelde dat er belangstelling was voor het zendschip vanuit Afrika. En over Afrika gesproken: in het meest zuidelijke deel woont al jaren duimzuiger Jacques Soudan. 

 

 

 

Hans Knot, 2015

 

 
 
 
Terugkeren naar de MN home